NJ 2003, 488
Bewerkte paddestoelen; Opiumwet.
HR 05-11-2002, ECLI:NL:HR:2002:AE2094, m.nt. T.M. Schalken
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
5 november 2002
- Magistraten
C.J.G. Bleichrodt, G.J.M. Corstens, A.M.J. van Buchem-Spapens, A.J.A. van Dorst, W.A.M. van Schendel
- Zaaknummer
01059/01
- Conclusie
A-G Machielse
- Noot
T.M. Schalken
- LJN
AE2094
- JCDI
JCDI:ADS159893:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Opiumwet
Onbekend (V)
Gezondheidsrecht / Bijzondere onderwerpen
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2002:AE2094, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 05‑11‑2002
ECLI:NL:HR:2002:AE2094, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 05‑11‑2002
- Wetingang
Essentie
Het oordeel dat — met het oog op de consumptie van de daarin aanwezige psychotrope stoffen — gedroogde, gestampte en gemalen paddestoelen zijn aan te merken als preparaten in de zin van de Opiumwet is niet onbegrijpelijk. Het voorhanden hebben van voorwerpen en/of stoffen, waaronder verse paddestoelen, bestemd om te komen tot dergelijke preparaten, valt onder de voorbereidingshandelingen van art. 10a Opiumwet.
Voorgaande uitspraak
Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 11 oktober 2000, nummer 20/000092–00, in de strafzaak tegen R.H.J. de G., adv. mr. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.