NJ 2003, 540
Uitlevering; opgewekt vertrouwen en belang verzoekende staat; genoegzaamheid van de stukken.
HR 11-02-2003, ECLI:NL:HR:2003:AE8840
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 februari 2003
- Magistraten
W.J.M. Davids, G.J.M. Corstens, A.J.A. van Dorst, B.C. de Savornin Lohman, E.J. Numann
- Zaaknummer
01615/02U
- Conclusie
A-G Machielse
- LJN
AE8840
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Internationaal strafrecht / Uitlevering en overlevering
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2003:AE8840, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 11‑02‑2003
ECLI:NL:HR:2003:AE8840, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑02‑2003
- Wetingang
EUV art. 1; UW art. 18 lid 3; UW art. 31
Essentie
Uitlevering. Een, na een tijdig ingesteld cassatieberoep tegen de ontoelaatbaarverklaring van de uitlevering, door de rechtbank en/of het OM opgewekt vertrouwen dat de procedure ten einde zou zijn gekomen, kan in uitleveringszaken rechtens geen afbreuk doen aan de geldigheid van de behandeling van de zaak door de Hoge Raad, nu het bij een dergelijke procedure ook gaat om het belang van de verzoekende staat die erop mag vertrouwen dat niet buiten hem om, nadat op regelmatige wijze een rechtsmiddel is ingesteld tegen een voor hem ongunstige beslissing, een behandeling door een hogere instantie achterwege blijft.
Uitspraak
Arrest ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.