JOL 2004, 263
Hof mocht het bewezenverklaarde door de tekst van art. 249 lid 1 Sr weer te geven kwalificeren als ‘ontucht plegen met een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd’ hoewel was vrijgesproken van het telastegelegde aan opleiding toevertrouwd zijn en slechts bewezen was dat de minderjarige aan de zorg en waakzaamheid van verdachte was toevertrouwd.
HR 18-05-2004, ECLI:NL:HR:2004:AO5821
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
18 mei 2004
- Magistraten
Mrs. C.J.G. Bleichrodt, B.C. de Savornin Lohman, J. de Hullu
- Zaaknummer
01879/03
- Conclusie
A-G Vellinga
- LJN
AO5821
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2004:AO5821, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 18‑05‑2004
ECLI:NL:HR:2004:AO5821, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 18‑05‑2004
Essentie
Hof mocht het bewezenverklaarde door de tekst van art. 249 lid 1 Sr weer te geven kwalificeren als ‘ontucht plegen met een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd’ hoewel was vrijgesproken van het telastegelegde aan opleiding toevertrouwd zijn en slechts bewezen was dat de minderjarige aan de zorg en waakzaamheid van verdachte was toevertrouwd.
Voorgaande uitspraak
Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 19 februari 2003, nummer 22/003897–02, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1944, te [woonplaats].