NJ 2005, 373
Rijverbod moet schriftelijk in beschikking worden vastgelegd.
HR 12-04-2005, ECLI:NL:PHR:2005:AS6017
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
12 april 2005
- Magistraten
Mrs. C.J.G. Bleichrodt, A.J.A. van Dorst, B.C. de Savornin Lohman, J.W. Ilsink, H.A.G. Splinter-van Kan
- Zaaknummer
02415/04
- Conclusie
A-G Vellinga
- LJN
AS6017
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Verkeersstrafrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2005:AS6017, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 12‑04‑2005
ECLI:NL:PHR:2005:AS6017, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 12‑04‑2005
- Wetingang
WVW 1994 art. 162 lid 2; Awb art. 3:41 lid 1
Essentie
Een rijverbod heeft gelet op de wetsgeschiedenis van het voorschrift van art. 162 lid 2 WVW 1994 eerst rechtskracht na de vastlegging daarvan in een beschikking en de bekendmaking daarvan aan betrokkene (art. 3:41 lid 1 Awb). 's Hofs oordeel, dat de omstandigheid dat het rijverbod mondeling is opgelegd niet afdoet aan de geldigheid van dat verbod, is onjuist.
Voorgaande uitspraak
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 9 juni 2004, nummer 23/000709–03, in de strafzaak tegen J.L., adv. mr. M.P. Nan te Arnhem.