JOL 2005, 444:Medeplichtigheid aan de moord op Romy van B. Het hof heeft zonder blijk te geven van een onjuiste rechtsopvatting en niet onbegrijpelijk beslist dat geen ernstige inbreuk is gemaakt op beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan. Toereikende motivering dat verdachte opzettelijk gelegenheid heeft verschaft tot de moord op Romy van B.