JOL 2005, 444
Medeplichtigheid aan de moord op Romy van B. Het hof heeft zonder blijk te geven van een onjuiste rechtsopvatting en niet onbegrijpelijk beslist dat geen ernstige inbreuk is gemaakt op beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan. Toereikende motivering dat verdachte opzettelijk gelegenheid heeft verschaft tot de moord op Romy van B.
HR 16-08-2005, ECLI:NL:HR:2005:AT6058
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
16 augustus 2005
- Magistraten
Mrs. C.J.G. Bleichrodt, A.J.A. van Dorst, H.A.G. Splinter-van Kan
- Zaaknummer
03318/04
- Conclusie
A-G Jörg
- LJN
AT6058
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2005:AT6058, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 16‑08‑2005
ECLI:NL:HR:2005:AT6058, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 16‑08‑2005
Essentie
Medeplichtigheid aan de moord op Romy van B. Het hof heeft zonder blijk te geven van een onjuiste rechtsopvatting en niet onbegrijpelijk beslist dat geen ernstige inbreuk is gemaakt op beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan. Toereikende motivering dat verdachte opzettelijk gelegenheid heeft verschaft tot de moord op Romy van B.
Voorgaande uitspraak
Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 12 juli 2004, nummer 23/002377–03, in de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.