NJ 2006, 177
Hof heeft in strijd met art. 1 lid 1 Sr de ISD-maatregel opgelegd terwijl t.t.v. de feiten art. 38m Sr daarin niet voorzag.
HR 29-11-2005, ECLI:NL:HR:2005:AU4799
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
29 november 2005
- Magistraten
Mrs. C.J.G. Bleichrodt, G.J.M. Corstens, J.P. Balkema, A.J.A. van Dorst, B.C. de Savornin Lohman
- Zaaknummer
00643/05
- Conclusie
A-G Vellinga
- LJN
AU4799
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Sancties
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2005:AU4799, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 29‑11‑2005
ECLI:NL:HR:2005:AU4799, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 29‑11‑2005
- Wetingang
Essentie
Het hof heeft verdachte de ISD-maatregel opgelegd terzake van feiten gepleegd voordat art. 38m Sr, waarin destijds de SOV-maatregel was geregeld, daarin voorzag; de wet bevat terzake geen overgangsrecht. Bij deze wijziging van het sanctiestelsel blijkt uit niets — met name niet uit de wetsgeschiedenis — van verandering van wetgeving cfm. art. 1 lid 2 Sr. Het hof had derhalve cfm. art. 1 lid 1 Sr wel de SOV-maatregel kunnen opleggen, maar niet de ISD-maatregel. Conclusie A-G: Verdachte wordt in concreto niet geschaad in door art. 1 lid 1 Sr, 7 lid 1 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.