Einde inhoudsopgave
RvdW 2006, 437
Herzieningsverzoek. Veroordeling getuige wegens meineed geen novum nu rechter met onwaarheid verklaring bekend was.
HR 18-04-2006, ECLI:NL:HR:2006:AW2105
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
18 april 2006
- Magistraten
Mrs. F.H. Koster, J.W. Ilsink, W.M.E. Thomassen
- Zaaknummer
00387/05 H
- LJN
AW2105
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2006:AW2105, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 18‑04‑2006
Essentie
Herzieningsverzoek. Veroordeling getuige wegens meineed geen novum nu rechter met onwaarheid verklaring bekend was.
Uitspraak
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te 's‑Hertogenbosch van 20 december 2000, nummer 20/000983–99, ingediend door mr. J.B. Boone, advocaat te Wijk bij Duurstede, namens [aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1950, wonende te [woonplaats].
Hoge Raad:
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
Het Hof heeft de aanvrager ter zake van ‘poging tot afpersing’ veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk.