JOL 2006, 746
Overlevering ten onrechte geweigerd omdat openbaar ministerie in redelijkheid niet tot oordeel dat moet worden overgeleverd had kunnen komen nu feiten een ernstig inbreuk op Nederlandse rechtsorde vormen.
HR 28-11-2006, ECLI:NL:PHR:2006:AY6634
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
28 november 2006
- Magistraten
Mrs. F.H. Koster, J.P. Balkema, A.J.A. van Dorst, J.W. Ilsink, W.M.E. Thomassen
- Zaaknummer
01398/06CW
- Conclusie
P-G Fokkens
- LJN
AY6634
- Vakgebied(en)
Internationaal strafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2006:AY6634, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 28‑11‑2006
ECLI:NL:PHR:2006:AY6634, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 28‑11‑2006
Essentie
Overlevering ten onrechte geweigerd omdat openbaar ministerie in redelijkheid niet tot oordeel dat moet worden overgeleverd had kunnen komen nu feiten een ernstig inbreuk op Nederlandse rechtsorde vormen.
Voorgaande uitspraak
Arrest
op het beroep in cassatie in het belang der wet van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden tegen een uitspraak van de Rechtbank te Amsterdam van 12 mei 2006, nummer 13.497.038–2006, in de zaak van:
[de opgeëiste persoon], geboren op [geboortedatum] 1968 te [geboortedatum].
Hoge Raad:
1. De bestreden uitspraak
Bij de bestreden uitspraak, waartegen een gewoon rechtsmiddel niet openstaat, heeft de Rechtbank de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.