Einde inhoudsopgave
RvdW 2006, 1157
Toetsingskader art. 13 lid 2 Overleveringswet.
HR 28-11-2006, ECLI:NL:PHR:2006:AY6634
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
28 november 2006
- Magistraten
Mrs. F.H. Koster, J.P. Balkema, A.J.A. van Dorst, J.W. Ilsink, W.M.E. Thomassen
- Zaaknummer
01398/06CW
- Conclusie
P-G Fokkens
- LJN
AY6634
- Vakgebied(en)
Internationaal strafrecht / Uitlevering en overlevering
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2006:AY6634, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 28‑11‑2006
ECLI:NL:PHR:2006:AY6634, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 28‑11‑2006
- Wetingang
Overleveringswet art. 13
Essentie
Vervolg op Rb Amsterdam 12 mei 2006, NJFS 2006, 179. Nu de rechtbank de vordering van de OvJ om af te zien van de weigeringsgronden van art. 13 lid 1 Overleveringswet slechts marginaal mag toetsen, geeft het oordeel dat de feiten ter zake waarvan de overlevering is verzocht ‘een grove schending van de Nederlandse rechtsorde’ vormen en dat de ‘beperkte schending van de Duitse rechtsorde (…) niet opweegt tegen de inbreuk op de Nederlandse rechtsorde’, blijk van miskenning van die maatstaf.
Voorgaande uitspraak
Arrest
op het beroep in cassatie in het belang der ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.