AB 2007, 259
HR, 20-02-2007, nr. 00225/06
HR 20-02-2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ2475, m.nt. J.G. Brouwer en A.E. Schilder
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
20 februari 2007
- Magistraten
Mrs. F.H. Koster, J.P. Balkema, W.A.M. van Schendel, J. de Hullu, W.M.E. Thomassen
- Zaaknummer
00225/06
- Conclusie
A-G Knigge
- Noot
J.G. Brouwer en A.E. Schilder
- LJN
AZ2475
- JCDI
JCDI:ADS859653:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Bijzonder strafrecht / Wapens en munitie
Politierecht (V)
Staatsrecht / Decentralisatie
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Openbare orde en veiligheid (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2007:AZ2475, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 20‑02‑2007
ECLI:NL:HR:2007:AZ2475, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑02‑2007
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑04‑2006
- Wetingang
Gemw art. 151b; WWM art. 52 derde lid; Sr art. 184 eerste lid
Essentie
Aanwijzing veiligheidsrisicogebied; preventief fouilleren.
Samenvatting
Bij een strafrechtelijke vervolging ter zake van art. 184 Sr dient de rechter te onderzoeken of het in de tenlastelegging genoemde wettelijke voorschrift verbindend is en of het daarop gegronde bevel rechtmatig is gegeven. Het gaat immers om bestanddelen van het in art. 184 Sr opgenomen misdrijf. Tot het geheel van wettelijke voorschriften dat op het onderhavige bevel van toepassing is, dient niet alleen art. 52, derde lid, WWM, maar ook art. 151b Gemeentewet en de op die bepaling gebaseerde verordening van de raad van de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.