NJ 2007, 379
HR, 20-02-2007, nr. 00225/06
HR 20-02-2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ2475, m.nt. F.C.M.A. Michiels
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
20 februari 2007
- Magistraten
Mrs. F.H. Koster, J.P. Balkema, W.A.M. van Schendel, J. de Hullu, W.M.E. Thomassen
- Zaaknummer
00225/06
- Conclusie
A-G Knigge
- Noot
F.C.M.A. Michiels
- LJN
AZ2475
- JCDI
JCDI:ADS111570:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Bijzonder strafrecht / Wapens en munitie
Politierecht (V)
Staatsrecht / Decentralisatie
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Openbare orde en veiligheid (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2007:AZ2475, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 20‑02‑2007
ECLI:NL:HR:2007:AZ2475, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 20‑02‑2007
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑04‑2006
- Wetingang
Sr art. 184; Gem.w art. 151b; WWM art. 52 lid 3
Essentie
Weigering zich op bevel van een politieambtenaar aan een preventieve fouillering te onderwerpen. Hof spreekt vrij van art. 184 Sr omdat het twee maal verlengde besluit van 20 november 2002 van de burgemeester van Amsterdam om op grond van art. 151b Gemeentewet een deel van die stad aan te wijzen als veiligheidsrisicogebied, op een ernstig tekortschietende motivering zou berusten. Dat oordeel is niet zonder meer begrijpelijk in het licht van een notitie van 24 september 2002, waarnaar in de motivering van het eerste aanwijzingsbesluit wordt verwezen.
Samenvatting
Bij een strafrechtelijke vervolging ter zake van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.