NJ 2007, 373
HR, 20-02-2007, nr. 01185/06H
HR 20-02-2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ0663, m.nt. P.A..M. Mevis
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
20 februari 2007
- Magistraten
Mrs. F.H. Koster, J.P. Balkema, B.C. de Savornin Lohman, J.W. Ilsink, J. de Hullu
- Zaaknummer
01185/06H
- Conclusie
A-G Vellinga
- Noot
P.A..M. Mevis
- LJN
AZ0663
- JCDI
JCDI:ADS111556:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Internationaal publiekrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2007:AZ0663, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 20‑02‑2007
ECLI:NL:PHR:2007:AZ0663, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 20‑02‑2007
- Wetingang
Sv art. 457 lid 1 sub 3, 458 lid 2
Essentie
De aanvrage is gebaseerd op art. 457, eerste lid aanhef en onder 3°, Sv. Dat betekent dat de aanvrage, gelet op art. 458, tweede lid, Sv, moet zijn ingediend binnen drie maanden nadat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de uitspraak van het EHRM op grond waarvan de aanvrage is gedaan, de veroordeelde bekend is. In casu is de aanvrage niet tijdig ingediend en om die reden ingetrokken.
Partij(en)
Arrest op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 4 november ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.