JOL 2007, 128
Aanvrage tot herziening nadat EHRM een klacht over schending art. 8 EVRM gegrond had verklaard te laat ingediend.
HR 20-02-2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ0663
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
20 februari 2007
- Magistraten
Mrs. F.H. Koster, J.P. Balkema, B.C. de Savornin Lohman, J.W. Ilsink, J. de Hullu
- Zaaknummer
01185/06H
- Conclusie
A-G Vellinga
- LJN
AZ0663
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2007:AZ0663, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 20‑02‑2007
ECLI:NL:PHR:2007:AZ0663, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 20‑02‑2007
Essentie
Aanvrage tot herziening nadat EHRM een klacht over schending art. 8 EVRM gegrond had verklaard te laat ingediend.
Voorgaande uitspraak
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 4 november 1997, nummer 23/003367–96, ingediend door mr. P.C.M. van Schijndel, advocaat te 's-Gravenhage, namens: [Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1953, domicilie kiezende ten kantore van zijn raadsman.
Hoge Raad:
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
Het Hof heeft de aanvrager ter zake van 'de voortgezette handeling van medeplegen van zware mishandeling met ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.