Einde inhoudsopgave
RvdW 2007, 512
Ontoereikend bewijs van valsheid in geschrift.
HR 15-05-2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ4705
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
15 mei 2007
- Magistraten
G.J.M. Corstens, A.J.A. van Dorst, J.W. Ilsink, W.M.E. Thomassen, H.A.G. Splinter-van Kan
- Zaaknummer
00185/06
- Conclusie
A-G Bleichrodt
- LJN
AZ4705
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Omzetbelasting / Facturering en administratie
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2007:AZ4705, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 15‑05‑2007
ECLI:NL:HR:2007:AZ4705, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 15‑05‑2007
Beroepschrift, Hoge Raad, 16‑03‑2006
- Wetingang
Essentie
Ontoereikend bewijs van valsheid in geschrift door het opmaken van creditfacturen ten gunste van de Economische Voorlichtingsdienst (EVD) die nooit zijn verzonden of uitgereikt, maar wel aan de fiscus zijn overgelegd. De facturen zagen op BTW die aanvankelijk aan de fiscus was afgedragen en in rekening was gebracht bij de EVD, waarna bleek dat die afdracht mogelijk ten onrechte was verricht. Vervolgens werd om teruggave verzocht en t.b.v. de EVD een debetfactuur opgemaakt. HR: De bewijsmiddelen, i.h.b. de verklaring van een medeverdachte — inhoudende dat na de creditfacturen een debetfactuur is opgemaakt, dat op enig moment in de tussenliggende ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.