NJB 2007, 1413
HR, 05-06-2007, nr. 01284/06E
HR 05-06-2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ4938
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
5 juni 2007
- Magistraten
Mrs. Koster, Van Dorst en De Hullu
- Zaaknummer
01284/06E
- Conclusie
A-G Vellinga
- LJN
AZ4938
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Materieel strafrecht / Sancties
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2007:AZ4938, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 05‑06‑2007
ECLI:NL:HR:2007:AZ4938, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 05‑06‑2007
- Wetingang
Essentie
De maatschap C.J. en A Bl. werd in hoger beroep veroordeeld ter zake van twee overtredingen van een voorschrift gesteld bij art. 55 lid 1 Meststoffenwet, begaan door een rechtspersoon tot een geldboete van € 3400 subsidiair 68 dagen hechtenis en een geldboete van € 3900, subsidiair 78 dagen hechtenis.
Omdat het moeilijk is een rechtspersoon, waartoe voor dit geval een maatschap wordt gerekend, in hechtenis te nemen, bepaalt art. 24c lid 1 Sr dat bij het opleggen van geldboetes aan rechtspersonen vervangende hechtenis achterwege blijft. De Hoge Raad herstelt de misslag van het hof en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.