NJ 2008, 625
HR, 06-11-2007, nr. 03195/06
HR 06-11-2007, ECLI:NL:HR:2007:BA8511, m.nt. Y. Buruma
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
6 november 2007
- Magistraten
Mrs. W.J.M. Davids, A.J.A. van Dorst, W.A.M. van Schendel, J.W. Ilsink, H.A.G. Splinter-van Kan
- Zaaknummer
03195/06
- Conclusie
A-G Knigge
- Noot
Y. Buruma
- LJN
BA8511
- JCDI
JCDI:ADS154809:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Materieel strafrecht / Sancties
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Strafprocesrecht (V)
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2007:BA8511, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 06‑11‑2007
ECLI:NL:HR:2007:BA8511, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 06‑11‑2007
Beroepschrift, Hoge Raad, 19‑01‑2007
- Wetingang
Essentie
De opvatting dat een tijdsverloop van ruim 5 maanden tussen de behandeling in eerste aanleg en de behandeling in hoger beroep ‘in het kader van de systematiek van de ISD-maatregel’ een overschrijding van de redelijke termijn oplevert, is onjuist. Opmerking verdient dat de rechter bij oplegging van de ISD-maatregel geen rekening hoeft te houden met de preventieve hechtenis en dat met het oog daarop — zoals uit de wetsgeschiedenis kan worden afgeleid — de tijd tussen inverzekeringstelling en berechting zo kort mogelijk dient te zijn, zodat een zeer voortvarende behandeling en afdoening, zowel in eerste aanleg als in hoger ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.