NJ 2007, 628
HR, 20-11-2007, nr. 02448/06
HR 20-11-2007, ECLI:NL:PHR:2007:BB5368
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
20 november 2007
- Magistraten
Mrs. F.H. Koster, A.J.A. van Dorst, J. de Hullu
- Zaaknummer
02448/06
- Conclusie
A-G Wortel
- LJN
BB5368
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Internationaal publiekrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2007:BB5368, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 20‑11‑2007
ECLI:NL:PHR:2007:BB5368, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 20‑11‑2007
Beroepschrift, Hoge Raad, 06‑12‑2006
- Wetingang
Essentie
In geval van een vervolging wegens het niet voldoen aan een tot de verdachte gerichte en kort daarna tweemaal herhaalde vordering (bevel) om een bepaalde plaats te verlaten, is de dagvaarding in het algemeen niet nietig indien in de op art. 184 Sr toegesneden tenlastelegging niet is aangegeven op welke vordering (bevel) zij het oog heeft. Dit zou anders zijn indien de verdachte door die wijze van tenlasteleggen zich niet naar behoren kan verdedigen tegen het hem gemaakte verwijt. Nu daaromtrent niets is aangevoerd, is het beroep op de nietigheid van de dagvaarding terecht verworpen.