NJ 2008, 59
HR, 20-11-2007, nr. 03271/06 W
HR 20-11-2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7927, m.nt. A.H. Klip
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
20 november 2007
- Magistraten
Mrs. F.H. Koster, J.P. Balkema, A.J.A. van Dorst, J. de Hullu, H.A.G. Splinter-van Kan
- Zaaknummer
03271/06 W
- Conclusie
P-G Fokkens
- Noot
A.H. Klip
- LJN
BA7927
- JCDI
JCDI:ADS154851:1
- Vakgebied(en)
Internationaal strafrecht / Overdracht en overname strafvervolging
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2007:BA7927, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 20‑11‑2007
ECLI:NL:HR:2007:BA7927, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 20‑11‑2007
Beroepschrift, Hoge Raad, 05‑03‑2007
- Wetingang
VOGP art. 3 lid 1, 7, 22lid 4; Aanvullend Protocol bij het VOGP; EVIG art. 21; WOTS art. 45 lid 1
Essentie
1. De Rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen (EVIG) in casu niet van toepassing is. Maar ook indien veronderstellenderwijs wordt uitgegaan van de toepasselijkheid van het EVIG, kan de stelling dat sprake is van een verstekvonnis in de zin van art. 21 EVIG en dat daarom eerst de in art. 45 lid 1 WOTS voorgeschreven betekening had moeten geschieden, niet als juist worden aanvaard. Op grond van het derde lid van art. 21 EVIG wordt een in hoger beroep gewezen verstekvonnis beschouwd als op tegenspraak ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.