NJB 2008, 759
HR, 11-03-2008, nr. 02467/06A
HR 11-03-2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC6579
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
11 maart 2008
- Magistraten
Mrs. Corstens, De Savornin Lohnman en Ilsink
- Zaaknummer
02467/06A
- Conclusie
A-G Vellinga
- LJN
BC6579
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2008:BC6579, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 11‑03‑2008
ECLI:NL:PHR:2008:BC6579, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 11‑03‑2008
- Wetingang
Sv art. 427
Essentie
De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld tot drie jaren gevangenisstraf waarvan één jaar voorwaardelijk wegens verkrachting en mishandeling, beide meermalen gepleegd.
Binnen de beroepstermijn voor cassatie werd namens de verdachte door een advocaat een geschrift ingediend dat twee middelen heette te bevatten, waarvan de inhoud, voor zover voor de beslissing van de Hoge Raad van belang, luidt:
‘Het recht is geschonden en/of er zijn vormen waarvan de niet- naleving nietigheid meebrengt, geschonden. In het bijzonder zijn de artikelen 248 en 313 van het Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen geschonden doordat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.