AB 2021/261
Beëindiging privaatrechtelijke toestemming. Verhouding tot verleende en niet ingetrokken watervergunning. Onaanvaardbare doorkruising publiekrecht?
Hof Amsterdam 23-02-2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:542, m.nt. A.H.J. Hofman en G.A. van der Veen
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
23 februari 2021
- Magistraten
Mrs. E.A. Minderhoud, D.J. van der Kwaak, E.K. Veldhuijzen van Zanten
- Zaaknummer
200.288.503/01
- Noot
A.H.J. Hofman en G.A. van der Veen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS282473:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Waterrecht (V)
Bestuursrecht algemeen / Overheid en privaatrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHAMS:2021:542, Uitspraak, Hof Amsterdam, 23‑02‑2021
- Wetingang
Essentie
Het waterschap heeft de privaatrechtelijke toestemming voor het maken en hebben van een aanlegsteiger mogen opzeggen. Het gegeven dat de watervergunning niet is ingetrokken, staat daaraan niet in de weg.
Samenvatting
Het hof stelt voorts voorop dat de publiekrechtelijke bevoegdheid van het college van dijkgraaf en hoogheemraden om ontheffing te verlenen van het verbod in de keur voor het hebben van werken zoals een steiger, moet worden onderscheiden van de privaatrechtelijke bevoegdheid toestemming te geven voor het gebruik van het water en de waterbodem waarop de steiger rust. Het verbod en de bevoegdheid tot het verlenen van ontheffing ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.