De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/16.3.2:16.3.2 Wijziging van een wezenlijk element van de deelrechtsorde en de redelijkheid en billijkheid
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/16.3.2
16.3.2 Wijziging van een wezenlijk element van de deelrechtsorde en de redelijkheid en billijkheid
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS363686:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De bevoegdheid van de aandeelhouders(vergadering) om te bepalen wie zitting hebben in het bestuur bevordert hun vertrouwen in hen.1 Dat vertrouwen werd als onmisbaar gezien ten tijde van de invoering van art. 48 (oud) WvK, de voorloper van art. 2:134/244 lid 3 BW. Daarin is vastgelegd dat bestuurders te allen tijde kunnen worden ontslagen door het orgaan dat ze benoemt. Deze ratio is ook terug te vinden in art. 2:134/244 lid 3 BW. Dat bepaalt dat de vennootschap niet kan worden veroordeeld tot herstel van haar arbeidsovereenkomst met de ontslagen bestuurder. Daaruit volgt dat een ontslag op ondeugdelijke gronden rechtsgeldig is en niet vernietigbaar wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid.2
De ratio van de bevoegdheid van de aandeelhoudersvergadering3 om bestuurders te benoemen, schorsen en te ontslaan, is daartoe niet beperkt. Deze bevoegdheden zijn onderdeel van een systeem van checks and balances dat dient om op een doelmatige wijze te waarborgen dat er adequaat toezicht is op het bestuur, hetgeen op haar beurt weer voor economische voorspoed voor de Nederlandse samenleving zou moeten zorgen.4 Het is de bedoeling dat ingegrepen wordt, als de vennootschap niet adequaat wordt bestuurd.
Indien de vereiste meerderheid in de aandeelhoudersvergadering dienaangaande zijn verantwoordelijkheid niet neemt, rechtvaardigt dit dat de aandeelhouders(vergadering) tijdelijk buiten spel wordt gezet en dat de ondernemingskamer doet wat de meerderheid had behoren te doen.5 Anders gezegd: in dergelijke omstandigheden kan het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn dat die regels (in strijd met hun ratio) worden toegepast en brengt de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid mee dat de ondernemingskamer voorziet in wie zitting heeft in het bestuur.6