Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II
Einde inhoudsopgave
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/7.7:7.7 Conclusie
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/7.7
7.7 Conclusie
Documentgegevens:
mr. J.F. Vlek, datum 30-10-2014
- Datum
30-10-2014
- Auteur
mr. J.F. Vlek
- JCDI
JCDI:ADS508985:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJEG 21 februari 2006, zaak C-255/02, Jur. 2006, p. I-01609, BNB 2006, 170 (Halifax), r.o. 68-69.
Vgl. Conclusie AG Maduro van 7 april 2005, zaak C-255/02 (Halifax), sub 83.
HvJEG 9 maart 1999, zaak C-212/97, Jur. 1999, p. I-01459, NJ 2000, 48 m.nt. PV (Centros).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het algemene beginsel van verbod op misbruik van unierecht kan blijkens de rechtspraak van het HvJ in twee lijnen uiteengezet worden. In de eerste plaats zijn er de situaties waarin bepalingen van unierecht worden misbruikt om te ontkomen aan nationale wetsbepalingen. In de tweede plaats zijn er de gevallen waarbij het unierecht wordt misbruikt om voordelen te verkrijgen op een manier die in strijd is met het doel van de desbetreffende bepalingen. Bij die laatste gevallen wordt een teleologische redenering gevolgd. In het arrest Emsland-Stärke bijvoorbeeld kon het doel van export subsidies (EU-producten een competitieve positie verschaffen op de wereldmarkt) door de handelwijze van Emsland-Stärke niet bereikt worden, ondanks dat zij wél het (financiële) voordeel genoot van de export subsidies. Hoewel het HvJ zich nog niet op alle deelterreinen van het Europese recht heeft uitgelaten over misbruik betekent dit niet dat misbruik van unierecht daar geen rol zou kunnen spelen. Dikwijls verwijst het HvJ bij het beoordelen van een misbruiksituatie naar zijn rechtspraak op andere terreinen van het Europese recht om er gezichtspunten voor de beoordeling van misbruik aan te ontlenen. Het HvJ verwees naar de overwegingen in de arresten Emsland-Stärke, General Milk (landbouwsubsidies) en Kefalas (vennootschapsrecht) om deze vervolgens uit te werken en ook op het gebied van de BTW van toepassing te verklaren in het arrest Halifax.1
Het feit dat het beginsel van misbruik van unierecht niet volgens een voor alle gebieden van het unierecht geldend uniform criterium wordt toegepast, vormt mijns inziens geen argument tegen het bestaan van het beginsel zelf.2 Een beroep op het unierecht kan niet worden gehonoreerd indien dit in de gegeven omstandigheden neer zou komen op misbruik. Het communautaire beginsel van misbruik van recht heeft een algemeen toepassingsgebied en kan, al naar gelang het specifieke deelterrein, een nadere invulling krijgen. Wanneer is van misbruik sprake?
Over het algemeen in twee typen gevallen:
Indien op basis van objectieve omstandigheden blijkt dat in weerwil van de formele toepassing van de voorwaarden die worden opgelegd door de bepalingen in kwestie, het door de regeling beoogde doel niet wordt bereikt en in strijd met het door de regeling beoogde doel een voordeel wordt behaald;
Indien op basis van objectieve omstandigheden blijkt dat een door het unierecht toegekend recht of gewaarborgde vrijheid enkel wordt gebruikt om de nationale bepalingen van een lidstaat te omzeilen.
Bij de toepassing van het misbruikbeginsel zal tot slot altijd acht moeten worden geslagen op de goede werking en eenvormige toepassing van het unierecht. Het enkele uitoefenen van een communautaire vrijheid zelf kan nooit misbruik vormen.3 De internrechtelijke misbruikfiguur die in hoofdstuk 2 is besproken kan niet één op één getransponeerd worden naar de EEX-Verordening II. Voor de figuur van het misbruik van unierecht ligt dat anders en kunnen er voor de EEX-Verordening II wel degelijk gezichtspunten worden ontleend aan het unierechtelijke misbruikbeginsel. De EEX-Verordening II maakt immers ook onderdeel uit van het unierecht en er lijkt derhalve geen reden te zijn waarom het beginsel van misbruik van unierecht niet op gelijke wijze daarop van toepassing zou zijn. Hieraan zal ik in het volgende hoofdstuk aandacht besteden.