Hof 's-Hertogenbosch, 02-10-2023, nr. 20-002581-22
ECLI:NL:GHSHE:2023:3354
- Instantie
Hof 's-Hertogenbosch
- Datum
02-10-2023
- Zaaknummer
20-002581-22
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:GHSHE:2023:3354, Uitspraak, Hof 's-Hertogenbosch, 02‑10‑2023; (Hoger beroep)
Herstelde arrest: ECLI:NL:GHSHE:2021:562
Na terugverwijzing door: ECLI:NL:HR:2022:1620
Uitspraak 02‑10‑2023
Inhoudsindicatie
Hof beslist - na vernietiging en terugwijzing door de Hoge Raad uitsluitend voor wat betreft de eerder door het hof uitgesproken verbeurdverklaring - tot de verbeurdverklaring van een gedeelte van het onder de verdachte in beslag genomen geldbedrag en tot de teruggave van het restant daarvan.
Parketnummer : 20-002581-22
Uitspraak : 2 oktober 2023
TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv)
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen, na terugwijzing van de zaak door de Hoge Raad op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, van 23 augustus 2019 onder parketnummer 01-118591-19 in de strafzaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1997,
wonende te [adres 1] ,
thans uit anderen hoofde verblijvende in de Penitentiaire Inrichting Grave aan [adres 2] .
Hoger beroep en procesverloop
Bij vonnis waarvan beroep d.d. 23 augustus 2019 heeft de politierechter de verdachte ter zake van ‘opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod’ (feit 1) en ‘eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening’ (feit 2) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 weken met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Daarnaast heeft de politierechter het onder de verdachte in beslag genomen geldbedrag van € 281,85 verbeurd verklaard.
Van de zijde van de verdachte is tegen dit vonnis tijdig hoger beroep ingesteld.
Bij arrest van dit hof d.d. 19 februari 2021 is voormeld vonnis bevestigd met aanvulling van de gronden.
Van de zijde van de verdachte is tegen dit arrest tijdig beroep in cassatie ingesteld.
Bij arrest van de Hoge Raad d.d. 15 november 2022 is voormeld arrest van dit hof uitsluitend voor wat betreft de verbeurdverklaring van het geldbedrag van € 281,85 vernietigd, is de zaak teruggewezen naar dit hof opdat deze ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan, en is het beroep in cassatie voor het overige verworpen.
Omvang van het hoger beroep
Het arrest van dit hof d.d. 19 februari 2021 is – zoals hiervoor vermeld – uitsluitend vernietigd voor wat betreft de verbeurdverklaring van het geldbedrag van € 281,85, zodat het vonnis waarvan beroep slechts aan het oordeel van het hof onderworpen is voor wat betreft de beslissing op dat geldbedrag.
Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat – na terugwijzing – nog aan het oordeel van het hof is onderworpen.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is – na terugwijzing van de zaak door de Hoge Raad – gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep – voor zover na terugwijzing aan het oordeel van het hof onderworpen – zal vernietigen en, in zoverre opnieuw rechtdoende, van het onder de verdachte in beslag genomen geldbedrag van (in totaal) € 281,85, een gedeelte van € 40,00 verbeurd zal verklaren en van het restant, te weten € 241,85, de teruggave aan de verdachte zal gelasten.
De verdediging heeft bepleit dat het hof zal beslissen overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal.
Vonnis waarvan beroep
Het hof zal het beroepen vonnis – voor zover na terugwijzing aan het oordeel van het hof onderworpen – vernietigen en in zoverre opnieuw rechtdoen omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.
Beslag
Verbeurdverklaring
Van het onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven geldbedrag van € 281,85, is een deel van € 40,00 vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het een voorwerp betreft dat aan de verdachte toebehoort en door middel van of uit de baten van het onder 1 bewezenverklaarde strafbare feit is verkregen. Het hof zal dit geldbedrag verbeurd verklaren. Daarbij heeft het hof rekening gehouden met de draagkracht van verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken.
Teruggave
Het hof zal van het resterende deel van het onder de verdachte in beslag genomen geldbedrag, te weten (€ 281,85 -/- € 40,00 =) € 241,85, de teruggave aan de verdachte gelasten, nu er geen strafvorderlijk belang (meer) mee is gediend om het beslag daarop te laten voortduren.
BESLISSING
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover na terugwijzing aan het oordeel van het hof onderworpen:
verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: een geldbedrag van € 40,00;
gelast de teruggave aan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: een geldbedrag van € 241,85.
Aldus gewezen door:
mr. G.J. Schiffers, voorzitter,
mr. C.M. Hilverda en mr. S.V. Pelsser, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. J.A.A. Vulto, griffier,
en op 2 oktober 2023 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. Hilverda is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.