RFR 2025/114
Kinderalimentatie. Moest het hof de bewindvoerder in de gelegenheid stellen te reageren op het laatste processtuk van de vrouw?
HR 11-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1130
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 juli 2025
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, G.C. Makkink
- Zaaknummer
24/03480
- Conclusie
A-G mr. L.M. Coenraad
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD33734:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Alimentatie
Personen- en familierecht / Bescherming meerderjarige
Burgerlijk procesrecht (V)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1130, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑07‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:408, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 04‑04‑2025
- Wetingang
Essentie
Kinderalimentatie.
Heeft het hof in strijd met beginsel van hoor en wederhoor gehandeld door uit te gaan van de juistheid van de stellingen van de vrouw en de ter onderbouwing daarvan overgelegde stukken, zonder de bewindvoerder in de gelegenheid te stellen daarop te reageren?
Samenvatting
De man en de vrouw hebben een affectieve relatie gehad. Uit deze relatie zijn twee kinderen geboren, in respectievelijk 2010 en 2016. De man heeft de kinderen erkend. De vrouw is belast met het eenhoofdig gezag over kinderen, die hun hoofdverblijfplaats bij de vrouw hebben.
Bij verzoekschrift van 30 december 2020 heeft ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.