NJB 2015/650:Beklag aangaande beslag art. 552a Sv en niet weloverwogen afstandverklaring van inbeslaggenomen auto? Art. 116 lid 2 aanhef Sv stelt de eis dat degene bij wie het voorwerp is inbeslaggenomen daarvan schriftelijk afstand moet hebben gedaan jegens de in dat artikellid genoemde functionaris indien de officier van justitie ten aanzien van het inbeslaggenomen voorwerp wil handelen op de in deze bepaling onder a, b, of c bedoelde wijze; in casu gaat het niet om de vraag of betrokkene – de beslagene – afstand heeft gedaan van de auto, zodat art. 116 lid 2 Sv niet van toepassing is. In casu kon de rechtbank gelet op art. 5:18 BW en art. 3:33 en 3:37 BW oordelen dat de klager niet langer als belanghebbende in de zin van art. 552a lid 1 Sv kan worden aangemerkt, omdat de klager afstand heeft gedaan van de inbeslaggenomen auto waarvan hij stelt eigenaar te zijn. Die afstand vond plaats door tegenover de verbalisanten te verklaren dat hij de auto niet meer terug wil hebben; dat klager het proces-verbaal inhoudende zijn tegenover de verbalisanten afgelegde verklaring niet heeft ondertekend, noopt niet tot een andere conclusie. A-G: anders