Hof Arnhem-Leeuwarden, 13-02-2024, nr. Wahv 200.328.922/01
ECLI:NL:GHARL:2024:1024
- Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
- Datum
13-02-2024
- Zaaknummer
Wahv 200.328.922/01
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Handhaving algemeen
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:GHARL:2024:1024, Uitspraak, Hof Arnhem-Leeuwarden, 13‑02‑2024; (Hoger beroep)
Uitspraak 13‑02‑2024
Inhoudsindicatie
Proceskostenvergoeding. Het Besluit proceskosten bestuursrecht kent niet een vergoeding voor het ‘schriftelijk horen’ in de procedure bij de officier van justitie.
Partij(en)
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 28 maart 2023, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de (gewijzigde) beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 149,25.
Zaaknummer | : Wahv 200.328.922/01 |
CJIB-nummer | : 249959925 |
Uitspraak d.d. | : 13 februari 2024 |
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 30 januari 2024. Namens de gemachtigde van de betrokkene is verschenen O. Açar. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam1] .
De beoordeling
1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 350,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 3 juni 2022 om 20.01 uur op de Osdorper Ban in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. Het hof stelt vast dat de officier van justitie de inleidende beschikking heeft gewijzigd voor wat betreft de hoogte van de sanctie en een proceskostenvergoeding heeft toegekend in verband met de wijziging van het sanctiebedrag.
3. De gemachtigde ontkent namens de betrokkene de gedraging en stelt dat de betrokkene geen mobiel elektronisch apparaat heeft vastgehouden. De ambtenaar verklaart in het zaakoverzicht dat de betrokkene de telefoon met zijn rechterhand vasthield. Nu de betrokkene op een scooter reed, is het in principe onmogelijk om de telefoon vast te houden en te rijden aangezien de gashendel met de rechterhand wordt bediend. Het had op de weg van de officier van justitie gelegen om een aanvullend proces-verbaal op te vragen bij de ambtenaar. Nu dit niet is gebeurd, komt aan het woord van de ambtenaar geen bijzondere bewijskracht toe. De inleidende beschikking kan dan ook niet in stand blijven.
4.Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik zag dat de bestuurder tijdens het rijden een betrokkene stopte zijn mobiel in zijn zak. Met de rechterhand vasthield. Ik zag namelijk dat verbalisanten zagen bestuurder op zijn snorfiets rijden terwijl hij een mobiele telefoon vasthield. Bij de staandehouding zag ik dat het een Samsung betrof die ik herkende als het apparaat dat de bestuurder rijdend heeft vastgehouden. (…)Verklaring betrokkene: schrijf de boete maar uit.”
6. Het hof ziet in hetgeen de gemachtigde heeft aangevoerd geen aanleiding te twijfelen aan de verklaring van de ambtenaar dat de ambtenaar en diens collega hebben gezien dat de betrokkene tijdens het rijden met zijn rechterhand een mobiele telefoon heeft vastgehouden. Dat de betrokkene met zijn rechterhand het gas bedient, sluit niet uit dat de betrokkene het gas op enig moment heeft losgelaten en met zijn rechterhand zijn telefoon in zijn zak heeft gestopt. Daarbij heeft de ambtenaar de mobiele telefoon van de betrokkene tijdens de staandehouding herkend als het apparaat dat de betrokkene tijdens het rijden heeft vastgehouden. Op grond van de gegevens in het zaakoverzicht kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Bij deze stand van zaken bestaat er geen aanleiding voor het opvragen van nadere informatie bij de ambtenaar.
7. De gemachtigde voert verder aan dat de kantonrechter ten onrechte geen proceskostenvergoeding heeft toegekend voor de fase van beroep bij de kantonrechter.
8. Het hof stelt vast dat de kantonrechter een vergoeding heeft toegekend voor het ‘schriftelijk horen’ in de procedure bij de officier van justitie. Het Besluit proceskosten bestuursrecht kent een dergelijke vergoeding niet. Het hof zal om de betrokkene niet in een nadeliger positie te brengen dan wanneer geen hoger beroep was ingesteld de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Het verzoek om een proceskostenvergoeding wordt afgewezen.
9. Het voorgaande leidt tot onderstaande beslissing.
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.