AB 2012/364
Verjaring. Nadeelcompensatie. Aanvang verjaringstermijn.
RvS 09-11-2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU3719, m.nt. C.M. Bitter
- Instantie
Raad van State
- Datum
9 november 2011
- Magistraten
Mrs. C.H.M. van Altena, R.W.L. Loeb, A. Hammerstein
- Zaaknummer
201105238/1/H2.
- Noot
C.M. Bitter
- LJN
BU3719
- JCDI
JCDI:ADS912537:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2011:BU3719, Uitspraak, Raad van State, 09‑11‑2011
- Wetingang
Essentie
Verjaring. Nadeelcompensatie. Aanvang verjaringstermijn.
Samenvatting
Volgens de uitspraak van de Afdeling van 22 april 2009 in zaak nr. 200805473/1 moet voor de beoordeling van de tijdigheid van een verzoek om nadeelcompensatie aansluiting worden gezocht bij de verjaringsregeling van het BW en het daaraan ten grondslag liggende rechtzekerheidsbeginsel. Dat uitgangspunt geldt niet alleen, indien in een regeling geen termijn is opgenomen, waarbinnen een verzoek om schadevergoeding moet worden ingediend, maar ook bij de invulling van de bepaling in art. 3 Verordening en Regeling Nadeelcompensatie dat een verzoek zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk moet worden ingediend.
De rechtmatigheid van het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.