Het nationale budgetrecht en Europese integratie
Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/II:Deel II Europese integratie
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/II
Deel II Europese integratie
Documentgegevens:
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS458897:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit deel gaat in op de ontwikkeling van Europese integratie op economisch en monetair terrein vanaf het einde van de Tweede Wereldoorlog tot en met de eurocrisis, en op de Nederlandse parlementaire behandeling van die verschillende stappen van Europese integratie. Uit het vorige hoofdstuk bleek dat een materiële lezing van het budgetrecht het meest aansluit bij de daarin gegeven schets van de omvang en betekenis van dit recht. Het is de vraag of de regering en de Staten-Generaal het budgetrecht ook op deze wijze hebben ingevuld in het kader van Europese integratie. De parlementaire behandeling van de verschillende stappen van Europese integratie komt aan de orde, om vast te stellen of de regering en de Staten-Generaal het budgetrecht in het kader van Europese integratie op een meer formele of meer materiële wijze hebben geïnterpreteerd. Dit is de tweede subvraag van dit proefschrift. Op die manier wordt onderzocht wat de juridische consequenties van Europese integratie voor het Nederlandse budgetrecht zijn.
Hieronder wordt telkens eerst de inhoud van de betreffende stap van Europese integratie toegelicht, om vervolgens te bezien hoe de discussie in het parlement daaromtrent is verlopen. De inhoud van de Europese regelgeving wordt hierna uitvoerig besproken. Dat gebeurt om verschillende redenen. De belangrijkste is dat dit mijns inziens nodig is om de discussie die daarover in het parlement gevoerd is, in het juiste perspectief te kunnen plaatsen. Hiervoor moet allereerst duidelijkheid bestaan over datgene wat ter bespreking voorligt. Dit rechtvaardigt mijns inziens ook een uitgebreide bespreking van afspraken die door latere Europese afspraken zijn teruggedraaid of bijgesteld. Hoewel inmiddels bijgestelde afspraken als zodanig wellicht niet langer relevant zijn, is een beschrijving daarvan nodig om de parlementaire behandeling van die regelingen goed te kunnen volgen. De bespreking van de nationale parlementaire behandeling is op haar beurt nodig om conclusies te kunnen trekken over de invulling van het budgetrecht door de regering en het parlement en daarmee over de juridische consequenties van Europese integratie voor dit recht. Bovendien geeft deze opzet een beeld van de opstelling van het parlement bij de ontwikkeling van Europese integratie op dit terrein, waar tot op heden weinig aandacht voor is geweest.
Een andere reden dat de verschillende stappen van Europese integratie uitvoerig toegelicht worden, inclusief inmiddels bijgestelde regelingen, is omdat die sterk op elkaar voortborduren. De onderlinge verwevenheid van die verschillende regelingen is groot. Om bijvoorbeeld de Europese afspraken uit het six-pack te kunnen duiden, is een goed besef van het oorspronkelijke Stabiliteits- en Groeipact nodig. Bovendien leent de vaak gedetailleerde aard van de afspraken zich niet erg voor een meer algemene bespreking daarvan.
Tot slot leidt deze aanpak tot een juridisch overzicht van Europese integratie op economisch en monetair terrein vanaf de Tweede Wereldoorlog tot en met de eurocrisis. Op die manier wordt een brug worden geslagen tussen het juridische en het economische onderzoek over Europese integratie. De aandacht voor wat er nu precies juridisch is vastgelegd in deze Europese regelingen, is, net zoals de aandacht voor de opstelling van het parlement bij die ontwikkeling van Europese integratie, tot op heden vrij gering geweest. Dit proefschrift hoopt in die lacune te voorzien.
Dat bij het schetsen van de verschillende stadia van Europese integratie flinke stappen door de geschiedenis worden gezet, is nodig om niet de focus van dit proefschrift, het Nederlandse budgetrecht, uit het oog te verliezen. Om diezelfde reden behandel ik uitsluitend de parlementaire behandeling van de meest vergaande stappen van integratie, beginnend bij het Verdrag van Maastricht. Ook komen alleen die bepalingen aan de orde, die van belang zijn voor de ontwikkeling van de EMU. Van bijvoorbeeld sommige verdragen blijft daardoor een groot deel onbesproken.
Doordat dit deel een chronologisch overzicht laat zien van de ontwikkeling van Europese economische en monetaire integratie, wordt steeds verwezen naar bepalingen van oorspronkelijke verdragen of verordeningen. Inmiddels kunnen deze artikelen zijn gewijzigd, vervallen of hernummerd. Waar het gaat om bepalingen die ook tegenwoordig nog een belangrijke rol spelen, is in de eerste hiernaar verwijzende voetnoot aangegeven waar dit (eventueel gewijzigde) artikel momenteel te vinden is.
Waar hieronder wordt gesproken over ‘de Raad’ wordt de Raad van de Europese Unie bedoeld, oftewel de vertegenwoordiging van de lidstaten op Unieniveau in de vorm van de desbetreffende ministers. In dit proefschrift gaat het daarbij steeds om de Raad Economische en Financiële zaken (ECOFIN). De term ‘Europese Raad’ is voorbehouden aan bijeenkomsten van regeringsleiders en staatshoofden van de lidstaten van de EU. Los van dit verschil tussen de Raad en de Europese Raad, wordt naar de Europese Commissie in het ene geval als zodanig verwezen en een andere keer door middel van het kortere ‘Commissie’. De eurogroep, de landen binnen de EU die de euro als munt hanteren, wordt ook aangeduid als eurozone, eurogebied of met de term ‘eurolanden’.
De volgende hoofdstukken zijn zoals gezegd chronologisch opgebouwd. Hoofdstuk 6 gaat in op de periode vanaf het einde van de Tweede Wereldoorlog tot en met de ondertekening en parlementaire behandeling van het Verdrag van Maastricht. Hoofdstuk 7 richt zich op de totstandkoming, de praktijk en de eerste herziening van het Stabiliteits- en Groeipact. Hoofdstuk 8 betreft de economische crisis die de wereld vanaf 2007 in haar greep had en de Europese steunmaatregelen die als gevolg daarvan zijn genomen. Hoofdstuk 9 behandelt tot slot hoofdzakelijk het six-pack, het two-pack en het Stabiliteitsverdrag.
Aan het einde van dit proefschrift is een bijlage opgenomen met een tijdlijn van de Europese integratie die op economisch en monetair terrein in deze periode heeft plaatsgevonden.
6 De oorsprong van Europese integratie7 Rondom het Stabiliteits- en Groeipact8 De eurocrisis en Europese steunmaatregelen9 Het six-pack, het two-pack en het Stabiliteitsverdrag