FED 2022/94
Het is niet in strijd met art. 184 en 185 Btw-richtlijn dat Nederland aan een belastingplichtige die heeft verzuimd om de aan hem in rekening gebrachte btw tijdig in aftrek te brengen, de mogelijkheid ontzegt om deze aftrek later in het kader van de herziening toe te passen bij de eerste ingebruikneming van dat goed of die dienst voor belaste doeleinden. Niet van belang is dat er geen misbruik van recht, fraude of derving van belastinginkomsten is vastgesteld.
HvJ EU 07-07-2022, ECLI:EU:C:2022:535, m.nt. mr. dr. M.D.J. van der Wulp (Staatssecretaris van Financiën)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
7 juli 2022
- Magistraten
Mrs. Jarukaitis, Ilešič, Csehi
- Zaaknummer
C-194/21
- Noot
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- Roepnaam
Staatssecretaris van Financiën
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS659794:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Facturering en administratie
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Europees belastingrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2022:535, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 07‑07‑2022
- Wetingang
Essentie
Het is niet in strijd met art. 184 en 185 Btw-richtlijn dat Nederland aan een belastingplichtige die heeft verzuimd om de aan hem in rekening gebrachte btw tijdig in aftrek te brengen, de mogelijkheid ontzegt om deze aftrek later in het kader van de herziening toe te passen bij de eerste ingebruikneming van dat goed of die dienst voor belaste doeleinden. Niet van belang is dat er geen misbruik van recht, fraude of derving van belastinginkomsten is vastgesteld.
Samenvatting
Belanghebbende in deze zaak, X, heeft tien percelen onbebouwde grond aangekocht en de ter zake ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.