PJ 2015/157
Verplicht bpf heeft na ovo zelfstandig vorderingsrecht op de verkrijger tot betaling van achterstallige pensioenpremies betreffende de periode vóór overgang.
Hof Arnhem-Leeuwarden 01-09-2015, ECLI:NL:GHARL:2015:6384, m.nt. Mr. T. Huijg
- Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
- Datum
1 september 2015
- Magistraten
Mrs. E.B. Knottnerus, B.J. Lenselink, W. Duitemeijer
- Zaaknummer
200.133.882
- Noot
Mr. T. Huijg
- JCDI
JCDI:ADS922055:1
- Vakgebied(en)
Pensioenen / Algemeen
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Arbeidsrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Insolventierecht / Faillissement
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Pensioenrecht
Sociale zekerheid ouderen / Pensioen
Arbeidsrecht / Collectief arbeidsrecht
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHARL:2015:6384, Uitspraak, Hof Arnhem-Leeuwarden, 01‑09‑2015
- Wetingang
Art. 7:663, 7:664 lid 2 BW; art. 14a lid 3 Wet CAO
Essentie
Verplicht bpf heeft na ovo zelfstandig vorderingsrecht op de verkrijger tot betaling van achterstallige pensioenpremies betreffende de periode vóór overgang.
Samenvatting
De vordering tot betaling van achterstallige pensioenpremies van een verplicht bpf op de vervreemder gaan onder ovo-regels over op de verkrijger. Bpf heeft na overgang een zelfstandig vorderingsrecht op de verkrijger.
Partij(en)
GOM Schoonhouden B.V., te Schiedam, appellante, hierna: GOM, advocaat: mr. A. van der Kolk,
tegen
Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf, te Utrecht, geïntimeerde, hierna: BPF, advocaat: prof. mr. E. Lutjens.