V-N 2026/7.13
Tweede ‘Horen en Zien’-arrest: bij uitbreiding percentueel belang start nieuwe bezitstermijn
HR 30-01-2026, ECLI:NL:HR:2026:137, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
30 januari 2026
- Magistraten
Van Eijsden, Feteris, Boerlage, Van der Voort Maarschalk, Van Roij
- Zaaknummer
24/01608
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD43831:1
- Vakgebied(en)
Schenk- en erfbelasting / Schenkbelasting
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:137, Uitspraak, Hoge Raad, 30‑01‑2026
ECLI:NL:PHR:2024:1114, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑10‑2024
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat de stelling van X, dat bij de ruziesplitsing – als het om twee objectieve ondernemingen zou gaan – geen nieuwe vijfjaars-bezitstermijn (indirectebezitseis) ex art. 35b SW 1956 is gaan lopen voor de uitbreiding van A’s subjectieve gerechtigdheid in de onderneming ’horen’, onjuist is.
Samenvatting
De moeder van belanghebbende is enig aandeelhouder van E BV. E BV houdt 49% van de aandelen D BV. De overige 51% zijn in handen van de BV van een neef. D BV is houder van de deelneming ‘Zien’ (opticienbedrijf) en de deelneming ‘Horen’ (audicienbedrijf). Na een ruziesplitsing krijgt ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.