RN 2019/75
Dividend. Was de tussentijdse uitkering geoorloofd?
Hof 's-Hertogenbosch 16-07-2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:2551
- Instantie
Hof 's-Hertogenbosch
- Datum
16 juli 2019
- Magistraten
Mrs. E.J. van Sandick, M.A.M. Vaessen, O.G.H. Milar
- Zaaknummer
200.232.160_01
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS74967:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHSHE:2019:2551, Uitspraak, Hof 's-Hertogenbosch, 16‑07‑2019
- Wetingang
Art. 2:216, 2:248 BW; art. 42, 45 Fw
Essentie
Dividend. Faillissement. Pauliana.
Was de tussentijdse dividenduitkering geoorloofd?
Samenvatting
Op 29 mei 2007 is A B.V. opgericht. Broer A werd (indirect) enig aandeelhouder en bestuurder van A B.V. Op 30 juni 2007 is een tussentijdse balans van A B.V. opgemaakt. Blijkens deze balans bedroeg de vrije reserve € 225.735 en het resultaat over het lopende boekjaar € 55.301. Over het jaar 2007 zijn concept-jaarcijfers opgemaakt. Blijkens het concept bedroeg de vrije reserve per einde 2007 € 231.539 en was het resultaat na belastingen over 2007 € 61.105. Op 29 februari 2008 zijn de aandelen in A B.V. door Broer A overgedragen aan B ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.