De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie
Einde inhoudsopgave
De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie (VDHI 119) 2013/5.1:5.1 Inleiding
De rol van Nederlandse werknemers(vertegenwoordigers) bij een grensoverschrijdende juridische fusie (VDHI 119) 2013/5.1
5.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. F.G. Laagland, datum 15-07-2013
- Datum
15-07-2013
- Auteur
mr. F.G. Laagland
- JCDI
JCDI:ADS388577:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit hoofdstuk gaat in op de implementatie van art. 16 Tiende Richtlijn in de lidstaten Nederland, Duitsland en België. Vanuit het perspectief van de Nederlandse werknemer zijn bij een grensoverschrijdende fusie twee situaties denkbaar: de uit de fusie ontstane vennootschap vestigt haar statutaire zetel in Nederland (inbound fusie) of in één van de andere lidstaten (outbound fusie). In de laatste situatie komt relevantie toe aan het buitenlandse implementatierecht. Om die reden wordt in dit hoofdstuk naast het Nederlandse ook het Duitse en Belgische implementatierecht besproken. Dat het om de implementatie van Europees recht gaat, betekent niet dat de wetgeving van de drie lidstaten uniform is. De vrijheid die lidstaten hebben in de wijze van implementeren – voor zover het doel van de richtlijn wordt behaald –, kan leiden tot verschillen. Dit geldt te meer nu art. 16 Tiende Richtlijn bepalingen kent die voor meerdere interpretaties vatbaar zijn. In dit hoofdstuk wordt de wijze van implementeren geanalyseerd in het licht van de Tiende Richtlijn, waarbij wordt nagegaan in hoeverre de in hoofdstuk 4 beschreven nationale stelsels inzicht bieden op de gemaakte keuzes en gekozen oplossingen.
Eerst komt het Nederlandse recht aan de orde. Daarna volgen het Duitse en het Belgische recht. De implementatie wordt per lidstaat besproken aan de hand van eenzelfde stramien als bij de analyse van hoofdstuk 3. Ten behoeve van de overzichtelijkheid is een aantal subonderwerpen ter bespreking samengenomen in één paragraaf. Voorafgaand aan de bespreking van het implementatierecht van de drie lidstaten, komen twee meer algemene onderwerpen aan de orde. Om te beginnen het toepasselijke recht. Nu bij een grensoverschrijdende fusie vennootschappen en werknemers uit verschillende lidstaten zijn betrokken, rijst de vraag welk (implementatie)recht op de fusie van toepassing is. Hierover gaat paragraaf 2. Voorts is relevant wat de gevolgen zijn van een onjuiste implementatie. Dit aspect staat centraal in paragraaf 3, maar keert wat art. 16 Tiende Richtlijn betreft meer specifiek terug bij de bespreking van het Nederlandse, Duitse en Belgische (implementatie)recht.