NJB 2024/1240
Beslagbeklag door derde, art. 94a Sv en 552a Sv: de rechter moet in zo’n geval als maatstaf aanleggen of buiten redelijke twijfel staat dat die derde als eigenaar van dat inbeslaggenomen voorwerp moet worden aangemerkt en daarvan in zijn beslissing blijk geven. Daarbij zal de rechter niet behoren te treden in de beslechting van burgerrechtelijke eigendoms- en bezitskwesties, maar zal hij wel civielrechtelijke aspecten mogen betrekken in zijn beoordeling. In casu kon de rechtbank oordelen dat het betoog van de advocaat dat de klager als ‘enige’ eigenaar van het saldo op de op naam van de klager en/of betrokkene gestelde bankrekening moet worden aangemerkt, niet kan slagen, gelet op de aard van een en/of-rekening. A-G: anders.
HR 21-05-2024, ECLI:NL:HR:2024:648
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 mei 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, Y. Buruma, A.E.M. Röttgering
- Zaaknummer
22/02058 B
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:648, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑05‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:204, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 27‑02‑2024
- Wetingang
Essentie
Beslagbeklag door derde, art. 94a Sv en 552a Sv: de rechter moet in zo’n geval als maatstaf aanleggen of buiten redelijke twijfel staat dat die derde als eigenaar van dat inbeslaggenomen voorwerp moet worden aangemerkt en daarvan in zijn beslissing blijk geven. Daarbij zal de rechter niet behoren te treden in de beslechting van burgerrechtelijke eigendoms- en bezitskwesties, maar zal hij wel civielrechtelijke aspecten mogen betrekken in zijn beoordeling. In casu kon de rechtbank oordelen dat het betoog van de advocaat dat de klager als ‘enige’ eigenaar van het saldo op de op naam van de klager ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.