Prg. 2004, 6214
Nadat op facturen genoemde vervaldata zijn verstreken, kondigen debiteuren aan dat zij binnen afzienbare termijn zullen betalen. Kantonrechter acht het niet juist, dat eiseres vordering desondanks uit handen heeft gegeven en wijst buitengerechtelijke kosten af.
Rb. Utrecht 15-05-2002, ECLI:NL:RBUTR:2002:AP1581
- Instantie
Rechtbank Utrecht
- Datum
15 mei 2002
- Magistraten
mr. H.A.M. Pinckaers
- Zaaknummer
246630CVEXPL01-10828
- LJN
AP1581
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBUTR:2002:AP1581, Uitspraak, Rechtbank Utrecht, 15‑05‑2002
- Wetingang
BW art. 6:96 lid 2 onder 2; Wet Algemene Bepalingen art. 12
Essentie
Nadat op facturen genoemde vervaldata zijn verstreken, kondigen debiteuren aan dat zij binnen afzienbare termijn zullen betalen. Kantonrechter acht het niet juist, dat eiseres vordering desondanks uit handen heeft gegeven en wijst buitengerechtelijke kosten af.
Samenvatting
Nadat gedaagden meerdere facturen te laat hebben voldaan, vordert eiseres betaling van buitengerechtelijke inningskosten en rente. Bij vonnis van 20 maart 2002 gelast de kantonrechter een comparitie van partijen ter beproeving van een schikking.
Bij eindvonnis overweegt de kantonrechter, dat hoewel debiteuren de factuurbedragen niet voor de vervaldata hebben voldaan, eiseres de vordering niet uit handen had mogen geven. Immers debiteuren ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.