RVR 2023/72
Beëindigingsovereenkomst. Brengt een redelijke wetsuitleg van art. 7:271 lid 8 BW met zich dat een huurbeëindigingsovereenkomst pas mag worden gesloten ná verlenging van de huurovereenkomst voor de bepaalde duur van twee jaar?
Rb. Noord-Nederland 07-06-2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:2377
- Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
- Datum
7 juni 2023
- Magistraten
Mr. G.J.J. Smits
- Zaaknummer
10493635\VV EXPL 23-28
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS715678:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Huurrecht / Huur van woonruimte
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBNNE:2023:2377, Uitspraak, Rechtbank Noord-Nederland, 07‑06‑2023
- Wetingang
Essentie
Huur woonruimte. Beëindigingsovereenkomst. Tijdelijke huurovereenkomst.
Brengt een redelijke wetsuitleg van art. 7:271 lid 8 BW met zich dat een huurbeëindigingsovereenkomst pas mag worden gesloten ná verlenging van de huurovereenkomst voor de bepaalde duur van twee jaar?
Samenvatting
Partijen hebben een tijdelijke huurovereenkomst voor twee jaar gesloten met ingang van 15 december 2017. Voor de einddatum, op 5 september 2019, sluiten huurder en verhuurder een huurbeëindigingsovereenkomst en spreken ze af dat de huur eindigt op 14 december 2022. Huurder verlaat de woning echter niet op de afgesproken einddatum. Verhuurder vordert in kort geding ontruiming en is van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.