Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/1.2.5
1.2.5 Zaken die met één overkoepelende benaming werden aangeduid
mr. J.C.T.F. Lokin , datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS644869:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
D. 41, 3, 30 (Pomponius): “(…) tertium, quod ex distantibus constat, ut corpora plura non soluta, sed uni nomini subiecta, veluti populus legio grex.” “Een derde (soort) die uit verschillende zelfstandige bestanddelen bestaat, in de zin van een aantal losse zaken die echter wel één overkoepelende benaming dragen, bijvoorbeeld een volk, een legioen en een kudde.” Merkwaardig is overigens dat in dit kader een legioen en een volk worden genoemd.
D. 6, 1, 1, 3 (Ulpianus): “(…) Sed enim gregem sufficiet ipsum nostrum esse, licet singula capita nostra non sint: grex enim, non singula corpora vindicabuntur.”
D. 6, 1, 23, 5 (Paulus): “(…) At in his corporibus, quae ex distantibus corporibus essent, constat singulas partes retinere suam propriam speciem, ut singuli homines singulae oves: ideoque posse me gregem vindicare, quamvis aries tuus sit immixtus, sed et te arietem vindicare posse (…).”
Zie ook: Van Hoof (2015), p. 59-61.
Von Jhering IV (1924), p. 38 voetnoot 22: “(…) Die Herde bildet einen Gegenstand (universitas); erklärt ist damit gar nichts, namentlich nicht, warum dieselbe behandlungsweise nicht auch bei anderen Sachenkomplexen, z.B. einer Bibliothek, eintritt. Die Erklärung liegt m.E. in dem eigentümlichen Verhältnis der Ergänzung der Herde aus sich selbst, welches nach Grundsätzen über den Fruchterwerb dem Eigentümer und gutgläubigen Besitzer das Eigentum gewährt und präsumtiv alle Stücke der Herde ergreift, für die nicht das Gegenteil nachgewiesen wird. Die Vindication der Herde stimmt also mit dem Grundsatz: eine Frage, eine Klage, denn der Richter hat bei ihr trotz der Mehrheit der Gegenstände doch bloβ eine und dieselbe Frage zu entscheiden.”
Een derde categorie zaken, het corpus ex distantibus, bestond tot slot uit verschillende zaken die met één overkoepelende benaming werden aangeduid, zoals een volk, een legioen of een kudde.1 Deze individuele zaken werden gezamenlijk met een overkoepelende naam aangeduid en vormden een eenheid. Een kudde schapen (grex) was één object. Ook al bevonden zich in de kudde enkele dieren die niet toebehoorden aan de eigenaar, dan kon deze toch de gehele kudde, inclusief de dieren die niet aan hem toebehoorden, met de revindicatie opeisen.
“(…) Het is overigens voldoende dat de kudde zelf aan ons toebehoort, ook al zijn afzonderlijke exemplaren niet van ons; het gaat immers om de kudde en niet om de afzonderlijke dieren die worden gerevindiceerd.”2
Dat de kudde met één zakelijke actie was op te eisen, betekende niet dat dieren uit de kudde niet ook afzonderlijk konden worden opgeëist. Ook het revindiceren van één schaap uit de kudde was mogelijk. De dieren bleven immers zelfstandige zaken. De eigenaar van de kudde werd daarnaast niet eigenaar van het schaap van de ander, als dat schaap zich in zijn kudde bevond:
“(…) Maar bij die lichamelijke objecten die uit afzonderlijke zaken bestaan, staat vast dat de individuele delen hun eigen identiteit behouden, zoals individuele slaven of afzonderlijke schapen; en daarom kan ik ook mijn kudde revindiceren, ook al is uw ram daartussen geraakt; maar u kunt ook uw ram revindiceren.”3
De eigenaar van de kudde werd geacht eigenaar te zijn van alle dieren uit die kudde, tenzij de eigendom van een dier werd weersproken.4 Niet alle zaken die gezamenlijk met één naam werden aangeduid, konden met één actie worden opgeëist. Zo moesten bijvoorbeeld boeken uit een bibliotheek apart gerevindiceerd worden.5