NJB 2025/2168:Afzien van oproeping van niet verschenen getuigen omdat het onaannemelijk is dat de getuige binnen een aanvaardbare termijn ter terechtzitting zal verschijnen, art. 288 lid 1, aanhef en onder a, Sv: toepassing HR 29 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:466 en EHRM 15 december 2015, nr. 9154/10 (Schatschaschwili/Duitsland) over o.a. “prosecution witnesses”. In casu heeft het hof diens oordeel dat het onaannemelijk is dat de getuige binnen aanvaardbare termijn kan worden gehoord, ontoereikend gemotiveerd. Daartoe is van belang dat niet is gebleken dat de raadsheer-commissaris de politie heeft betrokken bij haar inspanningen om een ondervragingsmogelijkheid van de getuige te realiseren. Daarnaast blijkt uit de overwegingen van het hof niet concreet of in de periode voorafgaand aan de afwijzing van het verzoek door het hof redelijkerwijs nog aanvullende inspanningen konden worden of zijn verricht om te bewerkstelligen dat de getuige kon worden gehoord, bijvoorbeeld door het opnieuw raadplegen van informatiesystemen.