NJB 2023/1636
Hebben geworven voor de gewapende strijd, art. 205 Sr: daarvoor volstaat het enkele ronselen van personen voor – onder meer – de gewapende strijd. Daarbij komt het dus aan op de gedraging van degene die werft, zonder dat op zichzelf van belang is hoe degene die wordt geworven, op dat moment tegenover die strijd staat, en of het werven resultaat heeft of niet. In casu kon het hof concluderen dat de verdachte in een geleidelijk proces van beïnvloeding op betrokkene heeft ingepraat door zijn gedachtegoed prijs te geven, te verdedigen en kracht bij te zetten met propagandamateriaal, dat onder meer inhoudt dat IS en de jihad in Syrië goed waren, en betrokkene beeldmateriaal heeft laten zien om hem te overtuigen. Het hof kon gebaseerd hierop oordelen dat de verdachte betrokkene heeft bespeeld met behulp van communicatiemiddelen, hem heeft beïnvloed en hem ideologisch rijp heeft gemaakt, een en ander om hem te bewegen tot aansluiting bij de gewapende, terroristische strijd, en zo betrokkene ‘heeft geworven voor de gewapende strijd’ in de zin van art. 205 lid 1 Sr. Daaraan doet niet af dat het hof niet is ingegaan op de wijze waarop het handelen van de verdachte door betrokkene werd ervaren. Unus testis, nullus testis: geen schending art. 342 lid 2 Sv.
HR 13-06-2023, ECLI:NL:HR:2023:819
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
13 juni 2023
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, M.J. Borgers, T.B. Trotman
- Zaaknummer
21/03729
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:819, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 13‑06‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:417, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 18‑04‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 30‑05‑2022
- Wetingang
Essentie
Hebben geworven voor de gewapende strijd, art. 205 Sr: daarvoor volstaat het enkele ronselen van personen voor – onder meer – de gewapende strijd. Daarbij komt het dus aan op de gedraging van degene die werft, zonder dat op zichzelf van belang is hoe degene die wordt geworven, op dat moment tegenover die strijd staat, en of het werven resultaat heeft of niet. In casu kon het hof concluderen dat de verdachte in een geleidelijk proces van beïnvloeding op betrokkene heeft ingepraat door zijn gedachtegoed prijs te geven, te verdedigen en kracht bij te zetten met propagandamateriaal, dat onder ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.