Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen
Einde inhoudsopgave
Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen (FM nr. 89) 1999/3.4.0:3.4.0 Introductie
Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen (FM nr. 89) 1999/3.4.0
3.4.0 Introductie
Documentgegevens:
E.J.W. Heithuis, datum 01-12-1999
- Datum
01-12-1999
- Auteur
E.J.W. Heithuis
- JCDI
JCDI:ADS452950:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting (V)
Inkomstenbelasting / Aanmerkelijk belang (box 2)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals in onderdeel 3.2.2 is uiteengezet, kende het oude tot 1 januari 1997 geldende aandelenregime uiteenlopende tarieven, afhankelijk van de juridische vorm waarin de desbetreffende opbrengst van de aandelen werd gegoten. Hierbij viel op dat op vervreemdingsopbrengsten van aandelen de laagste tarieven van toepassing waren, nl. 20% of nihil, afhankelijk van de vraag of sprake was van een aanmerkelijk belang of niet. Op zich is dit ook wel logisch, aangezien op grond van de algemene bronnenleer vervreemdingen van aandelen in beginsel buiten de belastingheffing behoren te blijven (zie hoofdstuk 2, onderdeel 2.2). Het zal duidelijk zijn dat het oude aandelenregime ook zeer kwetsbaar was wat de tariefstoepassing betrof. Belastingplichtigen streefden er immers naar om de laagst mogelijke tarieven deelachtig te worden. Deze structuren, waarbij gebruik wordt gemaakt van de uiteenlopende tarieven die voor de diverse opbrengsten van aandelen golden, betroffen:
vervreemding van aandelen cum dividend, al dan niet gevolgd door terugkoop van de aandelen ex dividend;
vervreemding van aandelen in het zicht van liquidatie van de vennootschap;
holding- en kasgeldconstructies.
In dit onderdeel wordt aan deze tariefstructuren nader aandacht besteed. Kenmerk van deze structuren was dat een naar het normale tabeltarief belaste reguliere inkomst uit de aandelen zodanig werd vormgegeven dat juridisch sprake was van een niet of lager belaste vervreemdingsopbrengst van de aandelen.