Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/4.2.6
4.2.6 Wettelijke bepalingen
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258792:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
Voor douaneformaliteiten betreft dit de artikelen 5, 15, 18, 22-30, 51, 53, 77-80, 85, 86, 87 en 127 DWU. De algemene regels omtrent douaneprocedures zijn vervat in de artikelen 162, 163, 166, 167 en 172 DWU. Voor vrije verkeer en bijzondere bestemmingen betreft dit de artikelen 201, 226, 240, 250, 254, 256 en 259 DWU.
Over het ontwikkelen van normen door het Hof van Justitie en de wijze waarop het Hof van Justitie zijn eerder gewezen arresten gebruikt als precedenten bij toekomstige arresten, zie S.B. Cornielje, De stap-voor-staprechtspraak van het Hof van Justitie, Wfr 2018/127, p. 865-874.
HvJ EEG 24 april 1980, C-65/79 (Procureur de la République tegen René Chatain), ECLI:EU:C:1980:108, r.o. 8.
In de artikelen 69 t/m 76 DWU, artikel 71 GDWU, de artikelen 127 t/m 146 en bijlagen 23-01 en 23-03 UDWU en artikel 6 TDWU is bepaald hoe de douanewaarde van goederen vastgesteld moet worden.1 Voor de interpretatie van de bepalingen zal voor elke situatie afzonderlijk moeten worden beoordeeld of arresten van het Hof van Justitie gewezen onder het CDW-wetgevingspakket of haar voorgangers nog toepassing vinden onder het DWU-wetgevingspakket.2 Er moet daarbij onderscheid worden gemaakt tussen arresten die zijn gewezen onder Verordening (EEG) nr. 803/68 enerzijds en Verordening (EEG) nr. 1224/80 en het CDW-wetgevingspakket anderzijds.
Normen die het Hof van Justitie heeft ontwikkeld onder Verordening (EEG) nr. 803/68 zijn niet zondermeer toepasbaar onder het DWU-wetgevingspakket, omdat de douanewaardebepalingen van Verordening (EEG) nr. 803/68 gebaseerd zijn op de BWD dat uitgaat van een theoretische waarde conceptie (onderdelen 2.3.3.2 en 3.3.3.1) en niet van de positieve waarde conceptie zoals het DWU-wetgevingspakket. Het één-op-één overnemen van de destijds door het Hof van Justitie ontwikkelde normen zou de principiële uitgangspunten die aan het huidige douanewaardesysteem ten grondslag liggen kunnen aantasten. In dat verband kan worden verwezen naar arresten die onder Verordening (EEG) nr. 803/68 zijn gewezen en waarin het Hof van Justitie oordeelde dat de douanewaardebepalingen zijn geschreven ter voorkoming van onderwaardering van de goederen en niet ter voorkoming van overwaardering.3 Uit de principiële uitgangspunten die aan het huidige douanewaardestelsel ten grondslag liggen kan worden afgeleid dat de douanewaardebepalingen erop gericht zijn om zowel onder- als overwaardering van de goederen tegen te gaan (onderdeel 10.5.3.1). In dergelijke gevallen zal bij een gelijkluidend feitencomplex en prejudiciële vraag geheel of gedeeltelijk moeten worden afgeweken van reeds ontwikkelde normen.
De douanewaardebepalingen onder Verordening (EEG) nr. 1224/80, het CDW-wetgevingspakket en het DWU-wetgevingspakket zijn gebaseerd op (wat thans wordt genoemd) de CVA waarbij wordt aangesloten bij de positieve waarde conceptie (onderdelen 2.3.3.2 en 3.3.3.2-3.3.3.5). De principiële uitgangspunten zijn derhalve met het toepasselijk worden van het DWU-wetgevingspakket niet gewijzigd ten opzichte van Verordening (EEG) nr. 1224/80 en het CDW-wetgevingspakket. Dat doet vermoeden dat normen die het Hof van Justitie heeft ontwikkeld onder Verordening (EEG) nr. 1224/80 of het CDW-wetgevingspakket zondermeer toepassing vinden onder het DWU-wetgevingspakket. Er zijn naar mijn mening twee situaties waarin het Hof van Justitie mogelijk afwijkt van zijn eerder ontwikkelde norm. Ten eerste kan de situatie zich voordoen dat de geformuleerde rechtsnormen in het DWU-wetgevingspakket afwijken van de rechtsnormen zoals vastgelegd onder Verordening (EEG) nr. 1224/80 of het CDW-wetgevingspakket. Dit is bijvoorbeeld het geval voor de vaststelling van de douanewaarde bij opeenvolgende verkopen (hoofdstuk 9). Verordening (EEG) nr. 1224/80 en, in het bijzonder, het CDW-wetgevingspakket lijken namelijk toe te staan dat bij opeenvolgende verkopen wordt aangesloten bij een eerste of eerdere verkoop voor het bepalen van de douanewaarde, terwijl onder het DWU-wetgevingspakket bij de laatste verkoop voor uitvoer moet worden aangesloten. Deze gewijzigde rechtsnorm lijkt verband te houden met een juridisch niet-bindend rechtsinstrument dat in 2007 door de Technische commissie douanewaarde van de WDO (onderdeel 9.2) is vastgesteld. In dit soort gevallen zal het Hof van Justitie eerder gewezen arresten niet zondermeer als precedent kunnen gebruiken bij de verdere groei en ontwikkeling van normen in het Unierecht. Ten tweede kan worden gewezen op de situatie dat bepalingen onder Verordening (EEG) nr. 1224/80 of het CDW-wetgevingspakket woordelijk gelijk zijn aan de bepalingen in het DWU-wetgevingspakket, maar voortschrijdend inzicht het noodzakelijk maakt dat het Hof van Justitie afwijkt van een eerder door hem ontwikkelde norm. Dit voortschrijdend inzicht kan bijvoorbeeld te maken hebben met instrumenten van de Commissie douanewaarde van de WHO of instrumenten van de Technische commissie douanewaarde die zijn gepubliceerd nadat de arresten zijn gewezen waarin het Hof van Justitie zijn initiële normen heeft ontwikkeld. Voornoemde (weliswaar juridisch niet-bindende) instrumenten kunnen de CVA-bepalingen namelijk interpreteren op een wijze die indruist tegen de interpretatie die het Hof van Justitie in reeds gewezen arresten voorstaat ten aanzien van equivalente bepalingen in het acquis communautair. Gelet op de verdragsconforme uitleg die het Hof van Justitie moet toepassen bij de interpretatie van de douanewaardebepalingen (onderdeel 4.3.2) en om de uniformiteit van het douanewaardestelsel te waarborgen (onderdeel 5.3.2), kan het Hof van Justitie ook in die gevallen besluiten om in toekomstige arresten van zijn eerder ontwikkelde norm af te wijken.
Om voornoemde redenen zal in de navolgende hoofdstukken per geval worden onderzocht of de arresten van het Hof van Justitie nog toepassing vinden onder het DWU-wetgevingspakket.