Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/4.2.2.0
4.2.2.0 Inleiding
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS465286:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie nader Bureau de l'Union, Mémoire 1933, p. 26-39; Ladas 1975, p. 63 e.v.
Osterrieth & Axster 1903, p. 33; Bureau de l'Union, Mémoire 1933, p. 31.
Hetzelfde geldt voor de andere industriële-eigendomsrechten die toen door het Verdrag van Parijs werden gedekt, zoals het tekeningen- en modellenrecht en het handelsnaamrecht.
Zie bijvoorbeeld Donzel 1891, die hamerde op de belangen van nationale industrie en handel, en fel gekant was tegen het verdrag, ('Un seul article me paralt donc en harmonie avec les intérêts frangais; c' est l'article 18, qui permet de dénoncer la Convention un an d'avance', brief van Donzel aan de Parijse kamer van koophandel, opgenomen in Donzel 1891, p. 376). Zie ook Bureau de l'Union, Mémoire 1933, p. 42-43. In het voorwoord van Donzels boek uitte Weiss zijn bewondering voor de verdragscritici, die zijn verenigd 'par la seule pensée de défendre l'industrie nationale et de lui conserver les avantages que lui font aujourd'hui nos lois.' De gevaren van het verdrag achtte Weiss reëel, de voordelen te vaak illusoir (Donzel 1891, p. xvii). Het is al met al een heftige polemiek geweest. Pelletier & Vidal-Naquet 1902, p. 12 melden dat sommige critici in Frankrijk zelfs opriepen tot een onderzoek om te bezien of de Franse betrokkenen uit hun functies moesten worden ontheven wegens onnozelheid, of moesten worden berecht wegens landverraad.
Actes VP 1897/1900, p. 95-97 en p. 143-144 (voorstel Verenigde Staten). Het voorstel hield in om de volgende bepaling toe te voegen aan het beginsel van nationale behandeling: 'Toutefois, tout sujet ou citoyen de l'un des Etats contractants qui deposera, dans un autre Etat contractant, une demande de brevet d'invention, ou d'enregistrement d'une marque de fabrique ou de commerce ou d'un nom commercial, pourra être astreint, si l'Etat di le dépêt est effectuée le juge bon, pour la délivrance ou le maintien de la validité du brevet demandé, au payement de taxes égales au total des taxes exigées d'un sujet ou citoyen du pays dans lequel le brevet est demandé, pour la délivrance ou le maintien en vigueur d'une brevet d'invention, ou de l'enregistrement d'une marque de fabrique ou de commerce ou d'une nom commercial, dans l'État dont le déposant est sujet ou citoyen. En outre, toute invention non brevetable dans le pays d'origine pourra être exclue de la protection dans tout autre Etat de l'Union qui jugera bon de le füre. Sera considerée comme pays d'origine, le pays dont l'inventeur est sujet ou citoyen, ou celui dans lequel ledit inventeur est domicilié au moment de premier dépêt de la demande de brevet.'
Actes VP 1897/1900, p. 195-196 (Procès-verbaux) en p. 304-305 (Procès-verbaux). Zie ook Bureau de l'Union, Mémoire 1933, p. 70-71.
Actes VP 1925, p. 333 (voorstel Verenigde Staten). Het voorstel hield in om de volgende bepaling in te voegen na het beginsel van nationale behandeling: 'Toutefois, il est entendu que chacun des pays contractants se réserve le droit d'imposer, en matière de propriété industrielle, aux ressortissants de tout autre pays contractant l'accomplissement de certaines ou de toutes les conditions imposées en cette matière á ses ressortissants par cet autre pays.'
Actes VP 1925, p. 414 resp. p. 413 (Rapport Sous-Commission I).
Actes VP 1925, p. 413-415 (Rapport Sous-Commission I). Zie ook M. Plaisant 1932, p. 380 e.v.; Bureau de l'Union, Mémoire 1933, p. 110-111.
Zie par. 3.4.4.
368. Weerstand. Al met al hebben de Parijse verdragsopstellers van 1880-1883 een voor die tijd vooruitstrevend verdrag tot stand gebracht — vooruitstrevend, gelet op de keuze voor nationale behandeling `pur et simple', met slechts één lex originisuitzondering voor het merkenrecht (welke uitzondering bovendien in het voordeel van de buitenlandse ondernemer werkte) en gelet op een aantal regelingen op materieelrechtelijk vlak, zoals het prioriteitsrecht.1 Dat laatste werd in octrooi-rechtelijke kringen als de grootste winst van het verdrag ervaren; onversneden nationale behandeling was in het octrooirecht immers al alom de standaard.2 Voor het merkenrecht was de onversneden nationale behandeling in het Verdrag van Parijs echter een spectaculaire stap ten opzichte van de toenmalige praktijk in nationale wetten en bilaterale regelingen.3 Niet overal werd het verdrag echter gunstig ontvangen. Er was ook ernstige kritiek op de verdragsopstellers, zij zouden de belangen van nationale industrie hebben verkwanseld.4 En het heeft in de loop van de geschiedenis van het Verdrag van Parijs dan ook niet ontbroken aan pogingen om het beginsel van nationale behandeling van dit verdrag te ondergraven.
369. Frontale aanvallen. Tweemaal is een frontale aanval ingezet, beide keren door de Verenigde Staten, die materiële reciprociteit in het verdrag opgenomen wensten te zien. De eerste aanval geschiedde tijdens de conferentie in Brussel in 1897. De Verenigde Staten drongen toen aan op een materiële-reciprociteitsuitzondering voor wat betreft de taksen en voor wat betreft de vraag welke uitvindingen octrooieerbaar zijn.5 Dit voorstel werd unaniem verworpen.6
370. De tweede aanval vond plaats tijdens de conferentie in Den Haag in 1925. De Verenigde Staten stelden toen ijskoud voor om een algemene materiële-reciprociteitsuitzondering op het beginsel van nationale behandeling op te nemen.7 Daarmee stelden zij dus voor "de substituer le principe de la réciprocité à celui du traitement national", en zij erkenden dat dat een "modification radicale de la base même de la Convention d'Union" te weeg zou brengen.8 Het voorstel kwam niet ver. Het werd, onder leiding van Frankrijk, reeds in de desbetreffende subcommissie van tafel geveegd.9
371. Ondermijning. Naast deze mislukte openlijke aanvallen op het beginsel van nationale behandeling, is in de loop van de geschiedenis ook — en met meer succes — getracht om langs verschillende sluiproutes materiële-reciprociteitsgedachten in het verdrag te vlechten. Ziedaar hetzelfde krachtenveld, en dezelfde strijd tussen de nationale-behandelingsgedachte en de materiële-reciprociteitsgedachte die wij ook in het kader van de Berner Conventie hebben gezien.10 Deze strijd is — net als in de Berner Conventie — uiteindelijk door de invoering van het onafhankelijkheidsbeginsel beslecht in het voordeel van de nationale-behandelingsgedachte.
372. Sluiproutes. Bezien wij thans welke sluiproutes naar materiële-reciprociteitsgedachten werden ontwikkeld, en hoe het remedie daartegen, het onafhankelijkheidsbeginsel, werd ingevoerd. In par. (a) wordt dit voor het octrooirecht onderzocht, in par. (b) voor het merkenrecht.