V-N 2025/20.13
Hof had hoge puntwaarde voor bezwaarkostenvergoeding in BPM-zaak moeten hanteren
HR 25-04-2025, ECLI:NL:HR:2025:681, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 april 2025
- Magistraten
Van Hilten, Punt, Fierstra
- Zaaknummer
24/03394
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD9563:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht (V)
Belastingheffing van motorrijtuigen / Belasting van personenauto's en motorrijwielen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:681, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑04‑2025
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad oordeelt bij wijze van tussenarrest dat de vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand in verband met de behandeling van het bezwaar moet worden vastgesteld op € 1294. Voor het bepalen van de proceskosten in cassatie wordt de zaak aangehouden.
Samenvatting
X BV doet BPM-aangifte voor een Renault Kadjar 1.3 Tce Life met schade en voldoet € 246 aan BPM. Volgens het bijgaande taxatierapport is de handelsinkoopwaarde € 1000. Na controle door Domeinen stelt de inspecteur dat er geen schade is. In geschil is de naheffingsaanslag van € 2916. Rechtbank Den Haag verlaagt de naheffingsaanslag tot € 2900 wegens het alsnog ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.