De gereedschapskist van het grondbeleid
Einde inhoudsopgave
De gereedschapskist van het grondbeleid (SBR Praktijk) 2024/4.3:4.3 Wie mogen een voorkeursrecht vestigen?
De gereedschapskist van het grondbeleid (SBR Praktijk) 2024/4.3
4.3 Wie mogen een voorkeursrecht vestigen?
Documentgegevens:
Prof. mr. J.A.M.A. Sluysmans, Prof. mr. J.W.A. Rheinfeld, Mr. R.T. Wiegerink, Mr. D. Krijvenaar, datum 07-05-2024
- Datum
07-05-2024
- Auteur
Prof. mr. J.A.M.A. Sluysmans, Prof. mr. J.W.A. Rheinfeld, Mr. R.T. Wiegerink, Mr. D. Krijvenaar
- JCDI
JCDI:ADS977820:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De bevoegdheid tot het geven van een voorkeursrechtbeschikking is in de Omgevingswet zoveel mogelijk ongewijzigd gebleven ten opzichte van de regeling in de Wvg.
De bestuursorganen die bevoegd zijn om – via een zogenoemde voorkeursrechtbeschikking – een voorkeursrecht te vestigen zijn limitatief opgesomd in artikel 9.1, eerste lid, van de Omgevingswet. Het gaat om de gemeenteraad, Provinciale Staten en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.1
Het college van burgemeester en wethouders en GS hebben de bevoegdheid om een kortdurend voorkeursrecht te vestigen voor de duur van drie maanden. Dit volgt uit artikel 9.1, tweede lid, van de Omgevingswet. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.