HR, 04-11-2025, nr. 24/03734
ECLI:NL:HR:2025:1646
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
04-11-2025
- Zaaknummer
24/03734
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2025:1646, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑11‑2025; (Cassatie, Artikel 80a RO-zaken)
- Vindplaatsen
Uitspraak 04‑11‑2025
Inhoudsindicatie
Ontucht met 7-jarige dochter van zijn toenmalige partner, meermalen gepleegd (art. 244 (oud) Sr) en mishandeling van dat meisje, meermalen gepleegd (art. 300.1 Sr). HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/03734
Datum 4 november 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 3 oktober 2024, nummer 20-000687-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat G. Spong een schriftuur ingediend.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 november 2025.