M en R 2014/22
Grondslag van de aanvraag.
RvS 25-09-2013, ECLI:NL:RVS:2013:1272, m.nt. K.J. de Graaf
- Instantie
Raad van State
- Datum
25 september 2013
- Magistraten
Slump, Simons-Vinckx, Hoogvliet
- Zaaknummer
201300733/1/A4.
- Noot
K.J. de Graaf
- JCDI
JCDI:ADS916876:1
- Vakgebied(en)
Milieurecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2013:1272, Uitspraak, Raad van State, 25‑09‑2013
- Wetingang
(art. 8.1 Wm (oud); art. 2.1 lid 1 sub e Wabo)
Essentie
Grondslag van de aanvraag.
Samenvatting
Vaststaat dat het college bij het bestreden besluit is afgeweken van de door appellant aangevraagde begrenzing van de inrichting. Het is echter aan degene die een milieuvergunning vraagt om te bepalen voor welke inrichting hij vergunning wenst te hebben. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, heeft een bestuursorgaan hierbij geen beoordelingsvrijheid. Het bevoegd gezag is gehouden te beoordelen of voor de inrichting waarvoor vergunning is gevraagd, vergunning kan worden verleend. Wanneer de vergunning wordt verleend, is het vervolgens de verantwoordelijkheid van de drijver van de inrichting om deze in overeenstemming met de vergunning in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.