NJ 2022/306
Onrechtmatige overheidsdaad. Uitleveringsrecht. Verbod uitlevering i.v.m. recht op familie- en gezinsleven (art. 8 EVRM); belangenafweging?; uitzonderlijke omstandigheden.
HR 08-07-2022, ECLI:NL:HR:2022:1044, m.nt. N. Keijzer
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
8 juli 2022
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, E.S.G.N.A.I. van de Griend, C.E. du Perron, C.H. Sieburgh, T. Kooijmans
- Zaaknummer
21/02087
- Conclusie
A-G mr. G. Snijders
- Noot
N. Keijzer
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS672328:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Internationaal strafrecht / Uitlevering en overlevering
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:1044, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 08‑07‑2022
ECLI:NL:PHR:2022:228, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 11‑03‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 18‑06‑2021
- Wetingang
Art. 8 EVRM; art. 6:162 BW
Essentie
Onrechtmatige overheidsdaad. Uitleveringsrecht. Verbod uitlevering i.v.m. recht op familie- en gezinsleven (art. 8 EVRM); belangenafweging?; uitzonderlijke omstandigheden.
Samenvatting
Art. 8 EVRM waarborgt onder meer het recht op respect voor het familie- en gezinsleven. Ingevolge art. 8 lid 2 EVRM kan een inmenging in de uitoefening van dit recht slechts gerechtvaardigd zijn indien zij bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van onder meer het voorkomen van strafbare feiten. Het voorkomen van strafbare feiten is een van de legitieme doelen die zijn genoemd in art. 8 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.