Arbeidsrecht en insolventie
Einde inhoudsopgave
Arbeidsrecht en insolventie (MSR nr. 75) 2019/5.7:5.7 Vergoeding 7:653 lid 5 BW
Arbeidsrecht en insolventie (MSR nr. 75) 2019/5.7
5.7 Vergoeding 7:653 lid 5 BW
Documentgegevens:
Mr. J. van der Pijl, datum 01-11-2018
- Datum
01-11-2018
- Auteur
Mr. J. van der Pijl
- JCDI
JCDI:ADS297511:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Insolventierecht / Faillissement
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover ook Tan en Keunen, ArbeidsRecht 2003/25.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Krachtens artikel 7:653 lid 5 BW kan de rechter bepalen dat de werkgever voor de duur van de beperking aan de werknemer een vergoeding moet betalen indien handhaving van het concurrentiebeding de werknemer in belangrijke mate belemmert om elders werkzaam te zijn. Deze bepaling is interessant indien het komt tot een doorstart van de onderneming en de curator daaraan een belang ontleent om de werknemer aan zijn concurrentiebeding te houden, stellende dat daardoor de verkoopprijs omhoog gaat, hetgeen in het belang is van de gezamenlijke schuldeisers. De werknemer kan daaraan een argument ontlenen om te stellen dat een deel van de meeropbrengst toch ook ten goede zou moeten komen aan de werknemer.1 Het zal afhangen van de concrete omstandigheden van het geval of zo'n standpunt doel treft in een procedure. In zijn algemeenheid is de conclusie gerechtvaardigd, dat als er een rechtstreekse relatie bestaat tussen de handhaving van het beding en de (hogere) opbrengst van activa aan een derde, de kans op succes van een beroep op 7:653 lid 5 BW toeneemt.
Er ontstaat dan overigens een boedelvordering, waardoor de werknemer, mede gezien deze hoge positie in de rangorde van schuldeisers, direct meeprofiteert van de hogere opbrengst van de verkoop van de onderneming.
Het is daarom in geval van een overdracht van de onderneming aan een derde een lastige en belangrijke beslissing voor de curator of hij, met het oog op de belangen van de schuldeisers en de overige betrokkenen, bereid is ofwel het concurrentiebeding buiten werking te stellen, ofwel de werknemer er aan te houden, met het bijbehorende risico, dat de boedel belast wordt met een extra boedelschuld.