V-N 2013/14.18
Prejudiciële vragen over btw-vrijstelling bij icv van Duitse tandprothesen
HR 18-09-2015, ECLI:NL:HR:2015:2666, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 september 2015
- Magistraten
Overgaauw, Van Vliet, Punt, Sterk, Fierstra
- Zaaknummer
11/02595
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- LJN
BW0962
- JCDI
JCDI:ADS178517:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Omzetbelasting / Intracommunautaire transactie
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2015:2666, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑09‑2015
ECLI:NL:HR:2013:BW0962, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑03‑2013
Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 13‑03‑2012
Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 13‑03‑2012
ECLI:NL:PHR:2013:BW0962, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 13‑03‑2012
Beroepschrift, Hoge Raad, 01‑06‑2011
- Wetingang
art. 11 lid 1onderdeel g en art. 17e Wet OB 1968; art. 143 Richtlijn 2006/112/EG
Essentie
Prejudiciële vragen over btw-vrijstelling bij icv van Duitse tandprothesen
Samenvatting
Belanghebbende, X bv, exploiteert een tandartsenpraktijk en verwerft tandprothesen uit Duitsland van A, een Duitse tandtechnicus. Ter zake van de intracommunautaire verwerving (icv) van de tandprothesen heeft X bv geen btw op aangifte voldaan. A past een vrijstelling toe. De Inspecteur is van mening dat de icv’s vanaf 1 januari 2008 tegen het tarief van 19% zijn belast en legt een btw-naheffingsaanslag op. Rechtbank Breda oordeelt dat de icv’s van tandprothesen zijn vrijgesteld als ook de levering door tandartsen en tandtechnici van tandprothesen in Nederland is vrijgesteld. Vervolgens stelt ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.