Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/1.2.1
1.2.1 Soorten
mr. J.C.T.F. Lokin , datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS644827:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Gai Institutiones (voortaan Gaius) 1, 8: Omne autem ius quo utimur, vel ad personas pertinet, vel ad res, vel ad actiones.
Gaius 2, 1 e.v.
D. 1, 8, 1 e.v.
Gaius 2, 8: “Sanctae quoque res, velut muri et portae, quodam modo divini iuris sunt.” “Ook de onder goddelijke bescherming staande zaken, zoals stadsmuren en -poorten, zijn tot op zekere hoogte aan goddelijk recht onderworpen.”
Zie hierover Brandsma, GrOM/2007, p. 37-50.
D. 1, 8, 2, 1 (Marcianus): “Et quidem naturali iure omnium communia sunt illa: aer, aqua profluens, et mare, et per hoc litora maris.” “Volgens natuurrecht nu zijn de volgende zaken aan allen gemeen: de lucht, de stromende wateren, de zee en daardoor ook de stranden van de zee.” De Romeinen verstonden onder het natuurrecht het recht dat de natuur niet alleen aan het menselijk geslacht heeft gegeven maar aan alle wezens. Zie: I. 1, 2 pr.; D. 1, 1, 3 (Ulpianus).
In het eerste boek van zijn leerboek van het Romeinse recht, de Instituten, geeft Gaius (ongeveer 180 na Chr.) een indeling van zijn werk:
Al het recht dat wij toepassen heeft betrekking op personen, op zaken of op acties.1
Het tweede boek van zijn Instituten is gewijd aan de zaken en opent met een indeling van verschillende soorten zaken.2 Die indeling is door Justinianus overgenomen in de achtste titel van het eerste boek der Digesten: De divisione rerum et qualitate (over de verdeling en de hoedanigheid van zaken).3 Uit de teksten van Gaius en Justinianus kan men opmaken dat de Romeinen zaken kenden die ofwel aan goddelijk ofwel aan menselijk recht onderworpen waren. De zaken uit de eerste groep waren gewijde zaken en heilige plaatsen, zoals bijvoorbeeld tempels of standbeelden van goden. Daarnaast waren er zaken die onder goddelijke bescherming stonden, bijvoorbeeld stadsmuren en -poorten. Zij waren eveneens onderworpen aan het goddelijke recht.4 Al deze zaken waren buiten het privaatrechtelijke rechtsverkeer geplaatst.5
Zaken die aan het menselijk recht waren onderworpen, vielen in twee groepen uiteen: de publieke zaken en de private zaken. De publieke zaken (res publicae) waren, net als de zaken die onder goddelijke bescherming stonden, buiten het rechtsverkeer geplaatst. Zij dienden de gemeenschap. Deze gedachte was ontleend aan het natuurrecht.6 Zaken als lucht, stromend water en de zee (inclusief de stranden), waren zaken die aan allen gemeenschappelijk waren. De private zaken zijn zaken die wél vermogensbestanddelen konden zijn van individuele personen. Over die laatste zaken gaat dit onderzoek. Begonnen wordt met enkele van de belangrijkste onderscheidingen van private zaken.